Als je ouders er niet voor je konden zijn: opgroeien als KOPP/KOV-kind

Kwam je wel eens thuis uit school en zat je vader al aan zijn derde biertje? Haalde je je ouder wel eens op uit de kroeg omdat er anders thuis geen eten was? Heeft je vader of je moeder het door de vingers gezien omdat ze het zelf ook niet wilden aankijken? Of werd je dagen genegeerd? Werden er grote mensen thema’s zoals seksualiteit of ziekenhuisbezoeken met jou in vertrouwen besproken, terwijl je daar nog te klein voor was? Wist je nooit in wat voor bui je vader of moeder was als je thuis kwam? Deed je er alles aan om het zo rustig mogelijk te houden door jezelf aan te passen? Bleef één van je ouders dagen of langer weg, zonder uitleg? Het kan zijn dat je dan een KOPP/KOV-volwassene bent. 

Je bent een KOPP-kind wanneer je opgroeide met één of twee ouders die psychische klachten hadden, Kind van een Ouder met Psychische Problemen. Wanneer je opgegroeid bent met een verslaafde ouder dan wordt dat KOV genoemd, Kind van een Ouder met een Verslaving. Wanneer je al volwassen bent wordt dat ook wel aangeduid als een KOPP/KOV-volwassene.

Signalen van KOPP/KOV

Wanneer kinderen opgroeien, hebben ze een veilige en voorspelbare omgeving nodig. Deze omgeving wordt, per definitie, onveiliger wanneer ouders zelf problemen hebben. Niet altijd is er van die psychische problemen een diagnose bekend of onderzocht. Het kan ook gaan om een ouder die depressieve klachten heeft of hele boze buien, zonder dat er een diagnose gesteld is. Omdat de ouder in kwestie geen hulp zoekt of omdat er gewoonweg geen diagnose is.

kopp volwassenen kopp kinderen

On(h)erkend trauma kan ook leiden tot KOPP-volwassenen

Niet alleen zijn er ouders die door psychische problemen of verslaving er praktisch of emotioneel niet kunnen zijn, ook kan het zijn dat ouders zelf nog on(h)erkend trauma hebben van waaruit ze jou opgevoed hebben. Dan kan het ook goed zijn dat je ouders niet om konden gaan met hun emoties en ook niet met die van jou. Je vindt dan als kind geen aansluiting bij je ouders en dat zorgt voor een onveilig gevoel van binnen. Mogelijk reageerden ze overbetrokken of afwijzend op jouw gevoelens of andere uitingen.

Parentificatie 

Je kunt vaak niet rekenen op afgestemde emotionele of fysieke zorg van je ouders. Om je omgeving en jezelf zo rustig mogelijk te houden pas je je aan zodat je ouders niet ontregeld kunnen raken door jouw gedrag of gevoel. Ongewild komen er verantwoordelijkheden bij jou als kind te liggen die niet passen bij jouw leeftijd, zowel emotioneel (je ouders kalmeren of niet ontregelen) als praktisch (het huishouden, verzorging van jongere broers of zussen of meegaan naar ziekenhuis bezoeken bijvoorbeeld). Dit heet parentificatie. Vroeger waren de taken te groot voor jou en nu voel je je soms te klein voor je verantwoordelijkheden of voelen ze gewoonweg als teveel. Dit kan heel goed het geparentificeerde kind in jou zijn dat zich nog oververantwoordelijk voelt voor anderen of nog voor je eigen ouder(s). 

Omdat je niet hebt geleerd waar jij zelf ophoudt en waar je ouders beginnen heb je moeite met grenzen, ervaren en aangeven. Wanneer je volwassen bent kan dit mogelijk leiden, in combinatie met een te hoog stressniveau, tot gevoeligheid voor  burn-out.

Echte gevoelens konden er niet zijn voor KOPP-kinderen

Omdat je je niet kon permitteren te zeggen hoe het echt met je ging ben je misschien je gevoelens en wensen gaan onderdrukken. Je hebt dit opgegeven in het belang van het goed laten functioneren van het gezinssysteem, omdat ze bijvoorbeeld strijdig waren met die van je ouder(s). Je moest je immers verhouden tot de meest beschikbare ouder en die in evenwicht zien te houden door die niet te ontstemmen of het moeilijk te maken. Het kan ook zo geweest zijn dat wanneer jij liet zien hoe je je voelde er heel extreem of ongepast op gereageerd werd, waardoor je bang werd voor gevoelens van jezelf, zoals boosheid. Dan liet je je liever niet meer zien.

Als het dan toch niet goed ging, ook al deed je nog zo je best, dan legde je de schuld bij jezelf. Zodat je nog harder je best ging doen om de situatie zo voorspelbaar mogelijk te houden of problemen op te lossen. Je herkent misschien nog die alertheid bij jezelf nu je volwassen bent, het anticiperen op moeilijke situaties of nieuwe situaties.

Veel alleen doen

Schaamte komt ook vaak voor als je binnen een onrustig gezin bent opgegroeid: “Wat als andere kinderen zien hoe het hier thuis gaat, willen ze dan nog mijn vriendje of vriendinnetje blijven?” Het besef dat het anders is bij jou thuis dan bij andere kinderen. Zo ga je steeds meer uit verbinding met anderen en voel je je vaker eenzaam, je doet veel alleen. Ook een groot gevoel van loyaliteit naar je ouders en het familiesysteem kan het lastig maken om er met anderen over te praten.

Wanneer je zo alleen bent met je gevoelens kan dit teveel zijn, zeker als je ouders je er niet mee kunnen helpen. Dan kan het zijn dat je je zelf fysiek pijn gedaan hebt om de emotionele pijn te reguleren. In het hier en nu kan een destructieve relatie ook een vorm van zelfbeschadiging zijn. Als KOPP-volwassene is het vaak lastig om een gelijkwaardige relatie aan te gaan met een partner of met vrienden en collega’s. Je hebt niet geleerd wat gezonde verhoudingen zijn of je bent stress en chaos gaan verwarren met liefde.

Ben jij opgegroeid bij een ouder met een verslavings,- of psychische diagnose of een ouder met ingewikkeld gedrag? Herken je je gedrag en gevoel in de bovengenoemde signalen? Dan kan het goed zijn dat je een KOPP/KOV-volwassene bent.

KOPP/KOV-volwassene en kinderen (krijgen)

Vaak zijn KOPP-volwassenen bezorgd dat ze geen goede ouders (zullen) zijn, of bang voor het doorgeven van (erfelijke) psychische aandoeningen of verslavingen. Hierdoor loop je de kans om te overcompenseren van wat je zelf niet had of om te reageren op je kind(eren) hoe je eigenlijk niet wilt.  Je kunt dan zomaar in een situatie komen waarin je niet aansluit op wat je kind werkelijk nodig heeft. Misschien herken je wel de volgende eigenschappen die jou vroeger geholpen hebben in jouw situatie en die je nog steeds doet, mogelijk ook binnen je eigen gezin of in andere relaties.

  • Alles alleen (moeten) doen en oplossen
  • Grote verantwoordelijkheid voelen
  • Moeite met voelen, jezelf afsluiten
  • Rationaliseren
  • Alertheid
  • Grenzen niet aangeven/voelen
  • Ongelijkwaardige relaties aangaan
  • Aanpassen

In therapie kunnen we onderzoeken hoe jouw vroegere ervaringen nog aandacht nodig hebben van jou, zodat je weer kunt kiezen voor wat klopt voor jou in het hier en nu.

Ik help je graag om je weer af te stemmen op jou en van daaruit weer op je relatie(s).

 

Bron: o.a. GGZ Standaarden & praktijk,- en eigen ervaring