Symptomen van dissociatie

 

Het wordt nooit ‘later’

Zo voelde ik dat lang als kind: er was geen ‘later’, het wérd niet later.
De dagen rekte ik als kauwgom uit elkaar, tot het één lange, grijze strook werd zonder begin of einde.

Als je als kind ergens in zit wat niet goed is voor jou, dan bestaat er geen ‘ervoor’ en al helemaal geen zicht op ‘erna’. Je zit erin. Vast in tijd die maar niet voorbij wil gaan. Alles wat op toekomst lijkt, draagt dezelfde dreun mee: dit stopt niet.

Tijdloos worden als overlevingsstrategie

Als de tijd ons niet goed gezind is, zoekt je systeem een andere uitweg.
Eentje waarin je niet hoeft te wachten tot iets stopt. Eentje waar tijd geen factor is.

Kinderen zijn daar verrassend goed in. Fantaseren dat je een prinses bent, ergens anders woont, eigenlijk geadopteerd bent, of een sprookjesfiguur. Kruisjes slaan voor bescherming van buitenaf. Een andere familie verzinnen. Knuffels en denkbeeldige vrienden tot leven wekken.

Een innerlijk systeem beweegt zo naar veiligheid. Juíst als die in de buitenwereld ontbreekt.

Vandaag noemen we dat misschien dissociatie.

Symptomen: wat dissociatie nu lijkt – en wat het toen was

We zien iemand wegkijken, dof worden, verdwijnen terwijl ze fysiek nog voor ons zitten.
We noemen het:

  • “Niet aanwezig zijn.”
  • “In je hoofd zitten.”
  • “Even weg zijn.”
  • “Niet meer reageren.”
  • “In een bubbel gaan.”

Soms zijn het lichamelijke sensaties als symptomen van dissociatie:

  • Gevoelloosheid
  • Alsof je lichaam niet van jou is
  • Tijdsverlies
  • De wereld die vreemd of plat aanvoelt
  • Niet kunnen voelen wat je voelt
  • Alsof je achter glas leeft
  • Alsof je op automatische piloot functioneert

Maar dit zijn de symptomen van dissociatie, niet de oorsprong. En dat is belangrijk, want wat je ziet is niet het probleem: het is de oplossing die ooit nodig was.

Wie dissocieert, keert terug naar die tijdloze oceaan waar geen einde in zicht was.
Waar geen ‘ervoor’ en ‘erna’ bestond. Waar weggaan de enige beschikbare optie was.

 

symptomen van dissociatie

Mensen laten ‘terugkomen’ – zonder alternatief

We willen vaak dat iemand dan weer terugkomt. Dat iemand “er weer bij is.”
Maar iemand opties ontnemen zonder nieuwe opties te geven is echt een slecht plan.

Je haalt iemand weg uit een innerlijke plek die veiligheid bood, maar je biedt geen nieuwe, veilige plek terug. Dan voelt terugkomen niet als landen, maar als vallen.

Wat dissociatie je wilde geven

  • Wat helpt?
  • Onderzoek wat het innerlijke weggaan voor je deed, en misschien nog steeds doet.
  • Waar het je vandaan wilde houden.
  • Welke functie het diende.
  • Welke zorg het droeg, in stilte en zonder erkenning.

Pas dan ontstaat ruimte om iets anders te proberen.

De tijd weer voelen

Soms helpt het om op te merken dat de tijd wél voorbij is gegaan. Dat het nu wél ‘later’ geworden is. Dat jij je hebt verplaatst door de tijd heen, hoe onmogelijk dat vroeger ook leek.

Dat je nu leeft in wat ooit alleen maar toekomst was. Want daar ben je nu. Echt. In jouw toekomst, die nu jouw ‘nu’ is.

Als ‘nu’ ooit geen veilige plek was

Voor wie ooit leerde dat ‘nu’ gevaarlijk is, is het logisch dat je ook als volwassene nog vertrekt bij stress, triggers of overweldiging.

Dissociatie is geen fout. Het is geen gebrek.
Het is het beste wat je toen had en soms nog steeds hebt.

Eer hoe je het hebt gedaan.
Eer hoe je hebt overleefd.
Hou van dat deel.

Het hoort nog steeds bij jou, als je het nodig hebt.

Liefs,
Suzanne

symptomen dissociatie