Als je leert dat delen van jou er niet mogen zijn
Zelfafwijzing is niet per se dat je bewust denkt: ik mag er niet zijn.
Dit begint vaak veel subtieler in contact met een belangrijke ander.
Dat je je tranen inslikt. Je boosheid wegdrukt. Niet meer vertelt wat je pijn doet. Je eigen waarneming in twijfel trekt. Of automatisch overschakelt naar de vrolijke versie van jezelf zodra iemand vraagt hoe het met je gaat.
Je hebt dan geleerd dat deze kanten niet welkom zijn, of dat ze de relatie op het spel zetten. Maar dat je ze niet meer voelt of kent, betekent niet dat ze er niet meer zijn.
Mijn buitenwereld wilde mijn binnenwereld niet
Jarenlang leefde ik zo’n innerlijk dubbelleven zonder dat ik dit écht doorhad. Van buiten was ik opgewekt, lachend, collega, moeder, vriendin. Vanbinnen hield ik steeds meer buiten beeld van wat er werkelijk in mij leefde.
Mijn buitenwereld, in de vorm van mijn moeder, wilde mijn binnenwereld namelijk niet.
Geen tranen: kom, niks aan de hand.
Geen signalen van misbruik: het is toch ook een lieve man.
Geen gemis: je vader is toch maar een alcoholist.
Geen somberte: zo erg is het niet, ik bedoel het goed.
Kortom: geen kant kon mijn binnenwereld op. En ik was jong. Heel jong.
Zelfafwijzing hielp mij de verbinding te behouden
Als ik alles in mij hield, wilde mijn moeder mij wel. En dus gebeurde er iets wat voor een kind eigenlijk heel logisch is: ik begon zelf af te wijzen wat de ander (mijn moeder) in mij afwees.
Mijn verdriet. Mijn boosheid. Mijn angst. Mijn ervaringen. Mijn behoeften.
Zelfafwijzing werd mijn antwoord op mijzelf
Ik accepteerde vooral mijn vrolijke kanten, want die zag mijn moeder graag.
Dat was geen bewuste keuze. Het was een manier om de verbinding te behouden met degene van wie ik afhankelijk was.

Als je jezelf maar lang genoeg afwijst
Alleen verdwijnen die afgewezen delen natuurlijk niet. Ze gaan naar binnen.
Bij mij werd dat een innerlijk dubbelleven waarin ik aan de buitenkant kon functioneren, terwijl ik van binnen steeds somberder werd.
Zelfafwijzing kan op die manier bijdragen aan depressieve gevoelens. Niet omdat iedere depressie voortkomt uit zelfafwijzing, maar omdat het ontzettend veel vraagt om voortdurend delen van jezelf te onderdrukken.
Om steeds te voelen: dit mag er niet zijn.
Van zelfafwijzing naar zelftwijfel
Er gebeurde bij mij nog iets. Als je jarenlang leert dat jouw gevoelens, ervaringen en waarnemingen niet welkom zijn, wordt het steeds moeilijker om ze zelf nog serieus te nemen.
Stel ik me aan?
Was het eigenlijk wel zo erg?
Mag ik hier verdrietig om zijn?
Klopt wat ik voel überhaupt wel?
Zo werd zelfafwijzing bij mij ook zelftwijfel.
Mijn somberte meldt zich nog steeds weleens. Mijn neiging om mezelf af te wijzen soms ook. Maar nu kan ik proberen te kijken naar wat er eigenlijk naar buiten wil.
Wat voel ik?
Wat heb ik nodig?
En welk deel van mij denkt nog steeds dat het beter is om dat niet te laten zien?
Mijn binnenwereld mag nu naar buiten. Al kijkt ze soms nog een paar keer onwennig over haar schouder. Om daarna mij in de ogen te kijken. Nu ben ik er.
Wijs jij jezelf af zonder dat je het doorhebt?
Zelfafwijzing kan zo vanzelfsprekend zijn geworden dat je vooral merkt dat je voortdurend aan jezelf twijfelt.
Aan wat je voelt. Aan wat je hebt meegemaakt. Aan wat je nodig hebt. Of aan de vraag of je niet gewoon overdrijft.
In mijn gratis Zelftwijfel Gids help ik je te onderzoeken waar die zelftwijfel vandaan komt en waarom het zo moeilijk kan zijn om op je eigen gevoel en waarneming te vertrouwen.
Download hier gratis de Zelftwijfel Gids.
Liefs Suzanne

