“Ik hield echt van mijn vader voordat mijn ouders uit elkaar gingen, ik wilde met hem trouwen als ik groot was. Ik heb die gevoelens weggestopt na de scheiding, hij was geen held meer. Hij was egoïstisch en dronk veel. Dat zei mijn moeder over mijn vader. Ze was boos op hem en had geen goed woord meer voor hem over.”

“Op een gegeven moment haatte ik mijn vader, het kon mij niets schelen of hij dood zou zijn. Ik had mijn moeder en die was er altijd.”

Saar, 39 jaar oud

Dit zijn uitspraken die ik hoor in mijn praktijk als een client vroeger als kind emotioneel en/of fysiek het contact met een ouder verbroken heeft.

Wat is ouderverstoting?

Er wordt gesproken over ouderverstoting als je als kind het contact verbreekt met één van je ouders  (vaak na een scheiding) met wie je eerder wel verbonden was. Ouderverstoting begint echter niet bij het kind zelf. Bewust of onbewust begint dit proces ermee dat één van beide ouders de andere ouder afwijst en daarnaast/tegelijk een coalitie/bondje begint met jou als kind tegen de andere ouder. Dit kan door het doen van negatieve uitspraken, of door een innerlijke veroordelende of negatieve houding ten opzichte van de andere ouder.

De coalitie-ouder is vaak de ouder die de grootste invloed op jou als kind uitoefent of heeft, vaak de ouder bij wie je de meeste tijd doorbrengt na de scheiding. Dit is dus ook de ouder waar je je als kind het meest/vaakst toe te verhouden hebt. Deze ouder wordt wel de ‘binnen-ouder’ genoemd. Wanneer er sprake is van ouderverstoting houdt de binnen-ouder het kind (emotioneel) weg bij de ‘buiten-ouder.’ Zo ontstaat er een ongezonde, hyper binding tussen de binnen-ouder en jou als kind.

Deze hyper binding met de binnen-ouder zorgt voor minder/dempt de negatieve uitspraken en gevoelens van deze ouder en dit is wat je als kind wilt: rust van binnen en om je heen. Om deze rust te bewaren en in stand te houden verbreek je aan de ene kant (emotioneel) de verbinding met de ene ouder om aan de andere kant in verbinding te kunnen blijven met de andere ouder. Dit doe je om het emotioneel zo veilig en rustig mogelijk te houden voor jezelf als kind, om te overleven dus.

Ouderverstoting door het kind is vooral een reactie op het gedrag van de binnen-ouder. De oorzaken van het gedrag van de binnen-ouder gaan vaak verder terug dan de directe omstandigheden (zoals een scheiding) op een vroeger, onverwerkt trauma. Doordat de buiten-ouder de schuld krijgt van de (onverwerkte) pijn die in het heden aan de oppervlakte komt, hoeft de binnen-ouder niet met de eigen pijn om te gaan. Zo maakt de binnen-ouder zich slachtoffer van de buiten-ouder en brengt zichzelf in de positie van redder van de kinderen. De buiten-ouder wordt zo dader gemaakt.

Voor jou als kind kan je je onvrij gaan voelen om zelf nog de relatie met de andere ouder te onderzoeken of te ervaren door de coalitie waar je als kind in zit. Je wordt dan bij jouw andere ouder weggehouden door jouw binnen-ouder. Omdat de binnen-ouder de buiten-ouder vaak openlijk beschuldigt of aanklaagt, gaat het doorgaans ook voor de omgeving lijken alsof de buiten-ouder de ‘dader’, de ‘schuldige’ (van bijvoorbeeld de lastige scheiding) is. Helaas raakt de realiteit voor jou als kind dan soms buiten beeld, want de buiten-ouder kan juist wél een beschikbare/eerlijke ouder zijn, zonder dat jij dit als kind weet of kan ontdekken.

Saar vertelt dat ze nu weer meer contact heeft met haar eerder verstoten vader: ”Hij gaf aan het niet goed gedaan te hebben in het verleden met ons als kinderen, dat geeft toch weer ruimte in de verwerking.” Dat terwijl waar haar moeder nu nog steeds geen kans onbenut laat om alleen maar te vertellen hoe slecht hij was en is.

“Ik heb het idee dat mijn vader zich volledig terugtrok om maar rust te creëren voor ons” zegt Saar als ze vertelt over vroeger. Haar vader wilde het niet nog lastiger maken voor haar.

Niet alleen je ouder moet je verstoten, maar ook delen van jezelf

Als je als kind je buiten-ouder nog wel zag, kon de overgang naar de binnen-ouder lastig zijn voor je. Misschien voelde je je enorm schuldig tegenover jouw binnen-ouder als je het fijn had bij je buiten-ouder. Mogelijk zag je dat de binnen-ouder daar mogelijk wat van vond of daarover emotioneel ontregeld raakte. Je vertelde dan niet meer hoe je het werkelijk had en paste je aan.

Dit herkent Saar ook: het viel niet in goede aarde als ze vertelde wat voor leuke dingen ze bij haar vader deed. Ze ging zich aanpassen en wenselijk gedrag vertonen om haar moeder te kalmeren of gerust te stellen. Als kind kom je dan terecht in dit enorme loyaliteitsconflict tussen je ouders en je verliest zo je eigen identiteit: je wordt de persoon die de coalitie-ouder wilt dat je bent, niet wie je echt zelf bent. Je doet dit om het niet nog lastiger te maken, te voorkomen dat je nare dingen hoort over je buiten-ouder. Dit doe je voor je eigen rust en voor die van je binnen-ouder (link naar blog parentificatie). Saar vertelt hierover: ”Ik heb liever dat zij zich goed voelt dan dat ik zelf überhaupt wat voel.”

Drie gradaties van ouderverstoting

Van de milde vorm kan sprake zijn, bijvoorbeeld vlak na een scheiding. Je ervaart als kind het verdriet van de ‘achtergelaten’ binnen-ouder en dit is als kind moeilijk te verdragen. Je zult er alles aan doen om het verdriet en de boosheid van deze ouder te verlichten. Vaak heeft deze milde vorm een tijdelijk karakter en kan ook weer verzachten na goede afspraken tussen de ouders onderling.

Er is sprake van de matige vorm als je als kind meegaat in de negatieve uitlatingen van de binnen-ouder. Emoties van de verstotende ouder worden door jou als kind overgenomen. Je gaat dan één stem vormen met die van je binnen-ouder.

De eerste twee vormen van ouderverstoting zijn emotioneel van aard. Eenmaal aangekomen in de ernstige vorm verbreek je uiteindelijk ook het contact met jouw buiten-ouder. Inmiddels is ook de omgeving betrokken in de coalitie met jouw binnen-ouder en mogelijk erkennen ze al niet meer jouw buiten-ouder als jouw echte ouder. Het kan zijn dat je te horen gekregen hebt dat je vader je vader toch niet is door wat hij allemaal nalaat bijvoorbeeld. Hierdoor moet jouw liefde voor jouw buiten-ouder echt ondergronds om de coalitie in stand te houden.

Loyaliteit gaat door, ook als het contact met de buiten-ouder er niet meer is

Saar vertelt dat toen ze emotioneel en ook grotendeels fysiek afstand nam van haar vader, ze meer rust leek te ervaren. Dat bleek echter in de praktijk niet echt het geval. Wel maakte het een einde aan een andere onrust, namelijk de dubbele loyaliteit die ze voelde richting beide ouders. Nu was het er ‘nog maar’ één. Wat ze toen niet wist, is dat de loyaliteit voor de buiten-ouder ook blijft bestaan, ook als deze weinig of niet meer in je leven is. Ze ervaarde geen ruimte om te ontdekken wie hij wel is, waarin ze op hem leek misschien. Openlijk van haar vader houden betekende voor Saar het moeten aanhoren hoe hij geen goede vader was en hoe hij geen verantwoordelijkheid nam.

“Het is mij afgenomen om zelf te onderzoeken hoe de relatie met mijn vader was of kon zijn”

Saar ‘loste’ haar loyaliteitsconflict als kind ook op een manier die veel kinderen doen, namelijk door zwart-wit te gaan denken. Dat was makkelijker, want dan was het tenminste helder geeft ze aan. Als kind hoefde ze dan niet meer te twijfelen: de ene ouder schrijf je dan enkel positieve eigenschappen toe en de andere alleen negatieve. Zo is er geen verwarring en is er orde in het toch al chaotische geheel van een scheiding en ouders die het moeilijk hebben om hiermee om te gaan. Zwart-wit denken als overlevingsstrategie dus.

ouderverstoting

Gevolgen van ouderverstoting voor jou als volwassen coalitie-kind

“Misschien lijk ik toch meer op mijn vader dan ik denk.. maar omdat mijn moeder hem altijd zo negatief afschilderde, wilde ik niet op hem lijken” – Saar

De gevolgen van ouderverstoting stoppen niet bij volwassen worden. Ook in de volwassenheid draag je nog delen van jezelf mee die ondergronds moesten. Je bent immers een kind van beide ouders. Als kind krijg je talenten, eigenschappen en ervaringen mee die verbonden zijn met allebei je ouders. Als een van de ouders verstoten wordt, wijs je als kind ook een deel van jezelf af. Daarnaast kan je als kind bij de binnen-ouder (en mogelijk ook bij de buiten-ouder) maar de helft van jezelf laten zien.

Saar vertelt dat ze als kind niet meer deelde met haar moeder wat ze deed bij haar vader, dat ze het eigenlijk heel fijn had bij hem, dat ze van hem hield, dat het goed ging met hem. Ze paste zich aan, aan wat haar moeder wilde horen of juist niet meer wilde horen over haar vader. Wanneer je je als kind zo moet verhouden tot een ouder kan je vergeten en opgeven wie jezelf bent. Je zelfbeeld, eigenwaarde en authenticiteit komen in het geding, om voorrang te geven aan de hechting die praktisch gezien een grotere kans op overleving biedt.

Saar vertelt in mijn praktijk wat er nog steeds speelt in haar leven. Zo geeft ze geeft aan dat trouwen voor haar geen optie is. Want als ze gaat trouwen en ze nodigt haar buiten-ouder (haar vader) uit, dan komt haar moeder niet. Dit is precies hoe ze zich als kind heeft moeten verhouden tot haar moeder om in een relatie met haar te kunnen blijven: “Ik heb mezelf totaal afgewezen doordat ik mijn moeder wilde sparen met meer verdriet. Ik zoek altijd een soort goedkeuring of een soort samenwerking met haar.” Delen van Saar zitten nog vast in het bondje waarin ze ooit heeft moeten stappen met haar moeder, om te overleven.

Er zit als kind vaak niets anders op dan je te moeten verhouden tot het systeem waarin je opgroeit. Eenmaal opgegroeid tot volwassen coalitie-kind herken je jezelf in het hier en nu mogelijk in de volgende kenmerken:

  • Moeite hebben met het vertrouwen in anderen (en jezelf)
  • Zwart-wit denken
  • Laag gevoel van eigenwaarde
  • Moeite hebben met het aangaan en onderhouden van (liefdes) relaties
  • Zelf verstoten,- of binnen-ouder worden
  • Pleasegedrag
  • Hyper binding met één ouder (overloyaal)
  • Oververantwoordelijk
  • Moeite met keuzes maken (voor jezelf)

Wat kan je nu doen voor jezelf als je een volwassen coalitie-kind bent?

  1. Een belangrijke eerste stap is de (h)erkenning dat dit zo geweest is, dat je dit hebt moeten doen om het veilig te maken voor jezelf.
  2. Emotioneel uit de coalitie met je binnen-ouder stappen. Dit kan een lastige stap zijn en het betekent niet dat je het contact hoeft te verbreken met je binnen-ouder. Het betekent wel dat je niet meer hoeft mee te gaan in wat jouw binnen-ouder zegt of voelt over jouw buiten-ouder. Zo maak je van binnen weer meer ruimte voor jouw buiten-ouder en nog belangrijker: voor de delen van jou die je hebt moeten verstoppen om je binnen-ouder te pleasen.
  3. Ruimte nemen om zelf te onderzoeken, te verkennen wie je buiten-ouder wel is of was. Saar is inmiddels bij haar vader geweest en heeft ruimte gemaakt om zelf te ontdekken wie hij nu echt is, buiten de oordelen van haar moeder om. Zeker kan het zijn dat je in dit proces alsnog ontdekt dat het niet de ouder is die jij wilt of had gewild of nodig had. Het verschil is nu dat je dit niet meer moet concluderen om een (emotionele) binding met jouw binnen-ouder in stand te houden.

Uit de hyper-binding stappen biedt perspectief

Saar vertelt over dit proces: “Ik voel nu meer liefde naar mijn vader. Het gaf rust hem zo volwassen te zien, met z’n vrouw. Mijn vader deed niets goed in mijn moeders ogen, ik deed er alles aan om haar een goed gevoel te geven. Ik cijferde mijn verdriet en gevoel weg, om mama blij te maken en om haar negativiteit over mijn vader te beamen. Ik heb altijd zo erg in twee werelden moeten leven dat ik op een gegeven moment mezelf niet meer kon zijn. Ik durfde niet te zeggen wat ik voelde en wilde.

Ik kom nu gelukkig wel meer voor mezelf op, ik zeg wel tegen mijn moeder dat ik het bijvoorbeeld lastig vind wanneer ze iets onaardigs zegt over mijn vader, of dingen aanhaalt in het bijzijn van mijn kind. Ik ben er achter gekomen dat ik best veel op hem lijk. Hij pakt me even vast en komt gezellig naast me zitten. Ik merk dat ik dat heel prettig vind en dat zelf ook doe met anderen. Mijn moeder pakt mij nooit vast en geeft bijna nooit een knuffel.”

*Ouderverstoting gaat niet over het beschermen van een kind tegen onveilig gedrag van de andere ouder. Het gaat wel over het afwijzen van de andere ouder op zijnsniveau: afwijzing voorbij het gedrag dus.

Herken jij jezelf als volwassen coalitie-kind? Wil je ook kijken naar jouw patronen die jou belemmeren te doen wat goed is voor jou? Je bent welkom om met mij te onderzoeken wat er nodig is om het nu anders te doen.